De vleeschhouwerij van de familie Van Gelderen werd gesticht door Joseph P. van Gelderen in 1838; zijn zoon Mozes nam de slagerij in 1879 over. Na diens pensioen in 1926 nam op zijn beurt zijn zoon Joseph de zaak over. De slagerij van Mozes van Gelderen was kosjer. De slagerij van Joseph was dat niet meer.




slagerij_vangelder

Deze foto is gemaakt vóór de slagerij van Van Gelderen op de Markt. v.l.n.r.: Terlouw (knecht), Henriette van Gelderen-Hamburg (echtgenote van de slager), hun dochter Beppie, Joseph van Gelderen (slager) en Piet Roosenboom (knecht).

Met Pasen mag na een periode van vasten als voorbereiding op het paasfeest weer volop vlees worden gegeten. Er waren speciale markten of tentoonstellingen voor paasvee, met daaraan gekoppeld een wedstrijdelement.

In de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog was het gebruikelijk dat de slager speciaal wanneer het dier een prijs had gewonnen, een rondje liep door de buurt waarin zijn klanten woonden. In ieder geval werd er een foto gemaakt voor de zaak met de slagersfamilie eromheen, die dan later in de zaak prijkte.


collectie: Gemeentemuseum Maassluis


tegels2


Tegeltableau dat geplaatst was in de voormalige slagerij van de familie Van Gelderen.
Philip van Gelderen, zoon van Mozes, die in 1940 met zijn gezin naar de Verenigde Staten vluchtte, verzocht om plaatsing van het tegeltableau. Hij bedacht ook de tekst. Het tegeltableau werd aangebracht door de firma D.L. Baauw & Co uit Vlaardingen in 1949. Inmiddels hangt er een tweede versie van het tableau.
Slagerij Warnaar die in 1943 in het pand trok, omdat zijn zaak in de Wagenstraat door het bombardement op Maassluis op 18 maart 1943 verwoest was, kocht het pand na de oorlog van Philip van Gelderen.
herkomst: schenking van A. Pasterkamp, Maassluis (gerestaureerd in 1986)
collectie: Gemeentemuseum Maassluis



mozes

Mozes van Gelderen spreekt koningin Wilhelmina toe bij haar bezoek aan Maassluis in 1924.
Bij het bezoek van H.M. de Koningin aan Maassluis op 19 September 1924, stonden de deuren van de synagoge open en waren de lampen in het gebouw aangestoken. Gedurende het korte oponthoud bij de synagoge werd Hare Majesteit door de Heer Mozes van Gelderen, voorzitter van het Bestuur der Israëlietische Gemeente, als volgt toegesproken:
Majesteit,
Als oudste lid van deze kleine Israëlietische gemeente valt mij de hooge eer te beurt Uwe Majesteit op dezen voor ons zoo gewichtigen dag te mogen begroeten. Te mogen begroeten nabij de plek, waar op gezette tijden een gebed opwaarts wordt gezonden voor het welzijn van Uwe Majesteit en Uw Koninklijk Huis.
Wij Smeeken steeds de Algoede, dat Hij Uwe Majesteit een lang leven schenke, opdat U over Uw volk, waartoe ook wij behooren, tot in lengte van dagen zult blijven regeeren met diezelfde liefde, zooals steeds door Uwe Majesteit en Uw roemrijk voorgeslacht is geschied.
Laat mij eindigen met Uwe Majesteit den zegen toe te voegen, dien de Hoogepriester over zijn volk uitsprak:
God zegene U en behoede U. Amen.
Terwijl Hare Majesteit de Heer van Gelderen de hand reikte, antwoordde Zij hem als volgt:
Mijnheer,
Ik dank U voor Uw schoone woorden, zij hebben mij zeer getroffen. Ik ben er zeer erkentelijk voor en stel het op hoogen prijs.
Uit: S. Blom, Geschiedenis van Maassuis. Ontstaan en ontwikkeling der stad. Utrecht 1948

collectie: Eva Kesselman-Drukker, Lakewood (V.S.)