frameboek



Over de joodse gemeenschap in Maassluis is tot nog toe weinig gepubliceerd. Lange tijd werden joodse gemeenschappen in de
mediene (mediene duidt op joden in een kleine stad of plattelandsgemeente buiten Amsterdam) te onbelangrijk geacht om er onderzoek naar te verrichten. De belangstelling  ging voornamelijk uit naar geloofsgenoten in de grote steden. De urbane joodse gemeenschappen waren groter en kenden een rijker sociaal en cultureel leven. Het leven van kleine venters, kooplieden en slachters kon niemand boeien. Daarbij leek de tijd op het platteland stil te staan. Maatschappelijke veranderingen voltrokken zich er in een veel trager tempo dan in de stedelijke omgeving.

De laatste decennia is hierin echter verandering gekomen. Tal van factoren hebben ertoe bijgedragen dat de interesse in dit relatief verwaarloosd terrein van de joodse geschiedenis is toegenomen in Nederland. Met de opkomst van de sociaal-economische en mentaliteitsgeschiedenis werd het leven van de gewone man een aanvaard  onderzoeksthema. Verder is de joodse cultuur grotendeels door de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog verdwenen. Het belangrijkste wat ons nog aan hen herinnert, zijn de begraafplaatsen en synagogen die de tand des tijds hebben doorstaan.


In Joods leven in Maassluis 1688-1942 wordt deze verdwenen cultuur beschreven en in beeld gebracht. Het is in de eerste plaats een beschrijving van het dagelijks leven van de Maassluise joden vanaf de zeventiende tot begin twintigste eeuw. Joden in de mediene waren aangewezen op hun christelijke omgeving. Ze waren van de plaatselijke overheid afhankelijk voor het aanleggen van een begraafplaats of voor het houden van religieuze bijeenkomsten. Een goed contact met de niet-joodse omgeving was voor de joden zowel in religieus als economisch opzicht van levensbelang. Het gaat hier om een kleine gemeenschap die alleen tijdens haar bloeiperiode meer dan honderd leden telt. Gezien haar geringe omvang hadden leden waarschijnlijk een heel ander contact met hun christelijke omgeving dan hun geloofsgenoten in de grote steden. In een klein stadje waar iedereen elkaar kende, moet de sociale controle in ieder geval vele malen groter zijn geweest. De anonimiteit van de grote stad ontbrak volledig en zij moesten het stellen zonder de geborgenheid die een grote joodse gemeenschap haar leden te bieden had. Vanzelfsprekend hebben deze ontwikkelingen de assimilatie van de joden niet bevorderd. Voorts heeft wellicht een kleine steedse omgeving het individu in zijn bewegingsvrijheid en beroepskeuze beperkt. In Joods leven in Maassluis 1688-1942 wordt zijdelings aandacht aan deze verschijnselen besteed.


Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel is hoofdzakelijk gebaseerd op geschreven bronnen en geeft een schets van het joods leven in Maassluis vanaf 1688 tot 1942. Van de joodse gemeente van Maassluis is geen archief bewaard gebleven. De geraadpleegde bronnen zijn afkomstig uit het oude (van voor 1811) en nieuwe archief van Maassluis, het gerechtelijk en notarieel archief. Joods materiaal is afkomstig uit de archieven van de Hoofdsynagoge van 's-Gravenhage, het Ministerie van Erediensten en het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.


Het tweede deel bestaat grotendeels uit beeldmateriaal met daarbij behorende beschrijvingen. Aan de hand van afbeeldingen van ceremoniële voorwerpen en familiekiekjes wordt het verleden van de Maassluise joden tastbaar gemaakt.


Alle afgebeelde objecten zijn afkomstig van de joodse gemeenschap van Maassluis en bevinden zich thans in het gemeentemuseum. De familiefoto's zijn particulier bezit of bevinden zich in de fotocollectie van het museum. Er is veel materiaal bij dat tot op heden onbekend of ontoegankelijk was. Bij het onderzoek naar dit materiaal is veel gebruikgemaakt van interviews en correspondentie met huidige en voormalige (joodse) inwoners van Maassluis. Een lijst van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog besluit dit deel.


In het derde deel zijn foto's opgenomen van de drieëntwintig overgebleven joodse grafstenen die zich op de Algemene Gemeentelijke Begraafplaats van Maassluis bevinden. De Hebreeuwse teksten zijn vertaald en waar mogelijk aangevuld met genealogische gegevens.


Het tekstgedeelte van het boek bestaat uit zeven hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt de komst van de eerste joden naar Maassluis besproken, alsmede het toelatingsbeleid dat de gemeente ten aanzien van hen voerde. Vervolgens wordt in hoofdstuk twee en drie aandacht besteed aan de bouw van de drie synagogen die Maassluis  kende. Het waren belangrijke gebeurtenissen die blijkbaar zo'n spanning binnen de gemeenschap opriepen dat ze elke keer weer met de nodige ruzie gepaard gingen. Verder wordt kort ingegaan op de gevolgen die de burgerlijke gelijkstelling van 1796 voor de joden had en de nieuwe organisatiestructuur binnen de joodse gemeenschap tijdens het bewind van Willem I. Hoofdstuk vier is geheel gewijd aan het sociale joodse leven. Er worden vragen beantwoord als: welke relatie onderhield de joodse gemeenschap met de plaatselijke overheid en hoe reageerden de joden op de verplichte kerkelijke bijdrage en de bijdrage die ze aan het inkomen van de opperrabbijn dienden te leveren? Nadat de functies van schoolmeester, voorzanger, voorlezer, koster en ritueel slachter de revue passeren, worden tot slot de rituelen rond besnijdenis, huwelijk en overlijden beschreven.


In hoofdstuk vijf wordt dieper op de armenzorg ingegaan. Sinds 1795 krijgt de joodse armenzorg steun van de overheid aan wie zij de besteding van verstrekte gelden moet verantwoorden. Regelmatig kwam de armenzorg in financiële problemen, zeker als ze ook nog de uit de gemeente afkomstige armen die zich intussen elders hadden gevestigd (de zogenaamde buiten-armen) moest ondersteunen. Wie zij waren en in welke mate ze van armenzorg afhankelijk waren, zijn vragen die in dit deel worden beantwoord.


Hoofdstuk zes behandelt de economische activiteiten van de Maassluise joden. Zij verdienden hun dagelijks brood overwegend in de handel. Het waren verkopers van loten, koffie, thee en chocolade, goud en zilver, hoeden en petten en manufacturen. Velen stonden op de markt of gingen met hun waren langs de deur, terwijl anderen in de kredietverstrekking of als slager actief waren. Ook waren er enkelen die werkten als meid of knecht bij beter gesitueerden.


In het laatste hoofdstuk worden enkele demografische ontwikkelingen binnen de joodse gemeenschap beschreven en een daarmee samenhangende verschijnselen zoals migratie. Tevens wordt hun huisvesting in die periode nader bekeken.

 
Boek: Joods leven in Maassluis, 1688-1942,  mw. drs. E. Banki, drs. L.M. van der Hoeven, Maassluis 2000.
ISBN: 90-803236-2-4
Klik hier om het boek te bestellen.
Vergeet u niet uw adresgegevens in te voeren.